Je mindset is niet iets wat zomaar “vanzelf” ontstaat. Het wordt gebouwd in laagjes. Soms bewust, maar meestal onbewust. In deze mail neem ik je mee in hoe jouw mindset wordt gevormd, waarom jij denkt zoals je denkt, en — misschien wel het belangrijkste — hoe je dat kunt veranderen wanneer het je belemmert.
De fundatie van je mindset: je vroege jaren
Je mindset begint niet wanneer je 18 wordt. Hij begint wanneer je geboren wordt (of misschien zelfs al daarvoor). De ervaringen die je opdoet in je jeugd, vormen jouw fundatie — de basis van waaruit je naar jezelf, naar anderen en naar de wereld kijkt.
Groeide je veilig op? Dan leert je brein:
- dat de wereld voorspelbaar is
- dat mensen te vertrouwen zijn
- dat jij ertoe doet
- dat je gevoelens mogen bestaan
Groeide je op in onveiligheid, spanning, trauma of voortdurend alert zijn? Dan leert je brein:
- dat de wereld gevaarlijk kan zijn
- dat je continu moet opletten
- dat je je moet beschermen
- dat je niet altijd veilig bent bij anderen
Dit is geen “karakter”. Dit is de eerste laag van je programmering.
De programmering: overtuigingen, gewoontes en zelfbeelden
Op die fundatie komt jouw programmering: alles wat je gelooft over jezelf en de wereld.
Bijvoorbeeld:
- “Ik moet altijd hard werken, anders doe ik niet mee.”
- “Ik mag geen fouten maken.”
- “Ik moet voor anderen zorgen.”
- “Ik ben niet mooi/slim/sterk genoeg.”
- “Ik mag geen grenzen aangeven want dan stel ik me aan.”
Soms komt zo’n overtuiging door één persoon (bijv. een ouder of leraar), soms door een levensfase, en soms door pijnlijke ervaringen — van pesten tot misbruik.
En ook als je een fijne jeugd had, kun je overtuigingen bij je dragen die nu niet meer passen. Omdat je gegroeid bent. Omdat je niet meer dat kind bent.
Wanneer programmering niet meer past
Veel mensen komen in mijn praktijk binnen met klachten zoals:
- lage energie
- constant over je eigen grenzen gaan
- moeite met ontspannen
- je nooit “goed genoeg” voelen
- uitgeput wakker worden
- stress die niet weg lijkt te gaan
- een negatief zelfbeeld
En vaak ligt daar níet een gebrek aan wilskracht onder. Maar een programmering die ooit logisch was, maar nu niet meer.
Een voorbeeld: Als jij als kind hebt geleerd dat hard werken jouw waarde bepaalt, dan is het logisch dat je als volwassene over je grenzen blijft gaan — zelfs wanneer je lichaam zegt dat het niet meer kan.
Waarom veranderen zo moeilijk is
Wanneer je jouw programmering verandert, verandert automatisch:
- hoe je denkt
- hoe je voelt
- hoe je reageert
- hoe je praat
- hoe je handelt
Maar dit is een proces dat veel tijd kost. En ook vaak veel moeite. Maar het kan wél! Je gedrag volgt dan als vanzelf. En dát zien andere mensen. En andere mensen hebben altijd een mening. Dat houdt ons soms dus ook tegen om te veranderen.
Maar niemand anders leeft in jouw hoofd. Niemand anders draagt jouw gedachten, jouw oude pijn of jouw energie. Daarom is het jouw taak — en recht — om je programmering te veranderen wanneer deze jou meer kost dan oplevert.
Hoe je jouw programmering kunt veranderen
De weg naar verandering bestaat uit kleine, veilige stapjes.
1. Onderzoek de fundatie
Vraag jezelf af: Waar is mijn basis op gebouwd?
Veiligheid? Onveiligheid? Liefde? Strengheid? Chaos? Hoge verwachtingen?
2. Onderzoek je overtuigingen
Schrijf eens op: welke gedachten denk ik het vaakst?
Bijvoorbeeld:
- “Ik mag niet lui zijn.”
- “Ik moet alles alleen kunnen.”
- “Anderen vinden mij zwak als ik stop.”
Kijk daar eens onder: Welke overtuiging zit hierachter? En: is deze overtuiging van mij — of ooit aan mij gegeven?
3. Formuleer wat je wél wilt
Veel mensen weten heel goed wat ze níét meer willen. Maar minder goed wat ze wél willen.
Kies daarom woorden die bij je passen:
- “Ik mag rusten.”
- “Ik mag grenzen aangeven.”
- “Ik mag goed genoeg zijn zoals ik ben.”
4. Visualiseer je gewenste reactie
Visualisatie is krachtiger dan veel mensen denken. Je brein maakt geen onderscheid tussen “echt” en “heel levendig voorgesteld”.
Zie dus voor je hoe jij:
- wél rustig reageert
- wél je grenzen aangeeft
- wél mild bent
- wél kiest voor jezelf
Ook topsporters oefenen zo hun overwinningen en tegenslagen. Misschien heeft het wat oefening nodig, maar jij kan het ook en het kan je helpen om dat gedrag dan makkelijker te vertonen!
5. Gebruik een standaardzinnetje
Wanneer je iets verandert, verandert je gedrag — en daar vindt iemand vast iets van. Gebruik dan een geruststellende zin, zoals:
- “Mensen mogen hiervan vinden wat ze willen — ik doe wat goed is voor mij.”
- “Als je niets aardigs kunt zeggen, zeg het dan liever niet.”
- “Sorry, het lukt me nu niet.”
Zó houd je de regie bij jezelf.
Een belangrijke oefening
Schrijf een week lang op welke gedachten het meest terugkomen. Niet om ze te veroordelen, maar om ze te leren begrijpen. Daaronder liggen jouw overtuigingen. En dáármee kun je aan de slag.
Je hoeft niet te blijven leven met een beeld van jezelf dat niet meer klopt. Je fundatie kun je niet veranderen — maar je programmering wél. En dat doe je met kleine stappen, liefdevolle aandacht en veel mildheid.
Wil je daar hulp bij? Dan loop ik graag met je mee.
In aflevering 11 van mijn podcast kun je uitgebreid horen wat ik hier nog meer over deel.
